Een niet-objectief waarneembare beperking is een beperking die niet rechtstreeks waarneembaar en eenduidig te verklaren is. Voorbeelden zijn concentratie- of spanningsproblemen of moeilijkheden met lezen of rekenen. Zulke problemen kunnen voortkomen uit specifieke kenmerken van de leerling, maar ook worden ingegeven door omgevingsfactoren zoals het type onderwijs dat de leerling volgt, verwachtingen van anderen, spanning op andere levensgebieden of het onderwijsaanbod. Pas wanneer de geconstateerde problemen voortkomen uit specifieke, hardnekkige leerlingkenmerken, spreekt men van een beperking.