Een deskundigenverklaring is nodig als er sprake is van een niet-objectief waarneembare beperking (zoals aandacht- en concentratieproblemen, mentale problemen of leerstoornissen) die met de inzet van algemene hulpmiddelen onvoldoende kan worden ondervangen. Op basis van een deskundigenverklaring kunnen dan, naast de inzet van algemene hulpmiddelen, ook aanpassingen worden gerealiseerd (bijv. 30 minuten extra tijd). Algemene hulpmiddelen kunnen worden ingezet zonder deskundigenverklaring.