De invoering van passend onderwijs heeft in 2014 een nieuwe impuls gegeven aan handelingsgericht werken. Het gaat hierbij om het in kaart brengen van bevorderende en belemmerende factoren die van invloed zijn op het onderwijs aan een leerling. Op deze manier wordt zichtbaar welke interventies of aanpassingen nodig zijn om een belemmering adequaat te ondervangen.
Ondersteuningsaanbod
Scholen moeten hun ondersteuningsaanbod vastleggen in de schoolgids (voorheen in het schoolondersteuningsprofiel). Daarbij moet aandacht zijn voor zowel de basisondersteuning als de extra ondersteuning. Het is raadzaam om expliciet op te nemen welke ondersteuning de school tijdens examens biedt.
Vaak zal een aanpassing in de wijze van examineren op natuurlijke wijze voortvloeien uit het handelingsgericht werken met de leerling gedurende de onderwijstijd. Het is belangrijk dat de leerling vertrouwd is met een geboden hulpmiddel of bepaalde aanpassing. En dat de doeltreffendheid hiervan is onderzocht en vast is komen te staan. Tijdens het examen iets nieuws proberen of juist niet meer toestaan, is onwenselijk. Onderstaande stappen kunnen het bevoegd gezag helpen bij het beslissen over de noodzaak tot het doen van een aanpassing in de examensetting.
Stappen
Observaties van docenten en analyse van gegevens in het leerlingvolgsysteem (lvs), geven een beeld van de ontwikkeling en eventuele ondersteuningsbehoefte van een leerling. Het gaat hierbij zowel om persoonlijke eigenschappen, de cognitieve en praktische vaardigheden van de leerling als de leerstijl. Belangrijk hierbij is te realiseren dat de ondersteuning die nodig is in de les anders kan zijn dan tijdens examens. Onderzoek specifiek de ondersteuningsbehoefte tijdens examens.
Het is verplicht zowel leerling als ouder te horen bij het in kaart brengen van de ondersteuningsbehoefte om doeltreffende aanpassingen te realiseren. De leerling heeft zelf vaak goede inzichten in het eigen leerproces, uitdagingen en sterke punten. Een ouder kan waardevolle informatie geven over gedrag, motivatie en leerstijl buiten school. Al deze input helpt een beeld te krijgen van de ondersteuningsbehoefte. Bespreek met elkaar hoe een ondersteuningsbehoefte in het algemeen uitwerkt tijdens het maken van een examen.
Soms is er een (extern) deskundige betrokken die de leerling begeleidt in de ontwikkeling. Of die de specifieke ondersteuningsbehoefte van een leerling onderzoekt en hierover adviseert. Weeg deze begeleidingsadviezen in het licht van de opgedane ervaringen met de leerling in de dagelijkse onderwijspraktijk én de exameneis.
Op basis van de gegevens uit het leerlingvolgsysteem (lvs) en gesprek met leerling, ouder en eventueel (extern) deskundige, beslist het bevoegd gezag over de noodzaak tot het doen van een aanpassing in de examensetting. Als aanpassing noodzakelijk is, dan heeft het bevoegd gezag verschillende mogelijkheden om aan geconstateerde belemmering tegemoet te komen. Zie hiervoor het overzicht hulpmiddel en aanpassing. Is er sprake van een aanpassing, controleer dan of de benodigde deskundigenverklaring bij een leerling met een niet objectief waarneembare handicap aanwezig is in het leerlingdossier.
Het is belangrijk om de ondersteuning die bij examens wordt gerealiseerd, vast te leggen in een apart document of in het handelingsplan behorend bij het opp. Noteer de gemaakte afspraken daarnaast in het lvs. Ook als leerling en ouder afzien van bepaalde ondersteuning, is het belangrijk dit vast te leggen.